Ik viel compleet uit de lucht toen ik op 15 mei een telefoontje kreeg van de kabinetschef van de Koning, Vincent Houssiau: ‘De Koning zou u graag tot baron willen benoemen.’ Hoe kan een gewone burger in godsnaam zo’n eer krijgen? Ik heb hoegenaamd geen familiale linken in hogere kringen. Mijn vader stierf toen ik zes was en daarmee verbrokkelde ook het sociaal netwerk van mijn ouders. Ik heb inmiddels wel veel kennissen en vrienden, maar daar zit niks adellijks tussen. En toch, het is: ’De Koning wil u en Kom op tegen Kanker eren met deze titel.’ Mijn parcours is nagetrokken, een adviesraad is betrokken, maar het is finaal de persoonlijke keuze van de Koning. Patat. Dit najaar volgen verdere contacten, ook in verband met wapenschild en leuze. Jawel, dat staat er aan te komen. Ondertussen stel ik u gerust: een baronschap heeft geen enkel praktisch voordeel, maar het is natuurlijk wel een mega blijk van waardering. Waarom dan? Laat me raden.
In eerste instantie heeft het natuurlijk alles te maken met Kom op tegen Kanker. In 2012 heb ik met veel overtuiging en ambitie de brug overgestoken van profit naar social profit. Ben ik de uitdaging aangegaan om twee verschillende culturen, die van de profit sector - resultaatgedreven - en van de social profit - waardengedreven- te verenigen. Het werd eerst een heftige rollercoaster, ook persoonlijk. Maar snel hebben we het juiste evenwicht gevonden en waren we niet meer te stuiten. Het werd een schitterend verhaal. Ik heb met oneindig veel zorgvrijwilligers, actievoerders, onderzoekers, personeelsleden, kennissen en vrienden Kom op tegen Kanker tot een impactvolle beweging kunnen knopen. Hen komt dan ook deze koninklijke eer toe. Daarom laat ik maandag 22 juli het Kom op personeel, Kathy Lindekens, Frank Deboosere, Kristien Maes, Jean-Pierre Oben, Tijl Decuypere en Veerle Verhaegen bloemen gestuurd. Uit dankbaarheid. Zij staan symbool voor die duizenden Kom Oppers die me steunden. Ook Agnes, de weduwe van Jean-Jacques Cassiman, 10 jaar lang mijn wijze voorzitter, krijgt een grote tuil. En Wim Van Hees, mijn baas uit de jaren 80, die me in de eerste jaren van mijn loopbaan omhoog trok.
Het heeft allicht ook te maken wel met mijn persoonlijk engagement. Sociale initiatieven zijn al heel mijn leven een rode draad. Vredeseilanden, Tele Onthaal, 11.11.11 ten tijde van Quattro. Daarna kwam Kom op tegen Kanker, de stap van mijn leven. En sindsdien bestuurs- en adviesmandaten bij zovele zinvolle sociale organisaties. Van Hannah Arendt Instituut, Familiehulp, Tajo, Emino, de Gezinsbond, Unia en Bruzz tot en met Dichters van Wacht, Natuurpunt en Welcome in my garden. Het is mijn stuk ‘Amor Mundi’ van Hannah Arendt. Ik aanvaard geen status quo: alles kan beter. Ik word kwaad op elke vorm van onrecht, vijandigheid en (toxische) polarisering. Mijn boek ‘Kom op!’, voordrachten en columns zijn de zichtbare topjes van die ijsberg. Aan al wie het horen wil geef ik voordrachten en advies over verbindend leiderschap, solidariteit, het uitbouwen van een (sociale) beweging. Ik ben de anti-vijandigheid- en pro-solidariteitsbaron. Enige volharding en “Bluv’n goan” zijn mij daarbij niet vreemd. Ik ben blij dat ik na 50 jaar nog steeds niet volwassen ben. Want ik kan nog kinderlijk enthousiast worden van een sterk nieuw idee of van iets moois. Het leven is telkens opnieuw geboren worden.
En ten slotte, ja, de af en toe contacten met het Paleis waren altijd hartelijk. De Koningin kwam meefietsen met de 1000 km en was vorig jaar nog op het kinderkamp van Kom op. De Koning bezocht ons naar aanleiding van 30 jaar Kom op tegen Kanker. Ik begroette de Koning toen met “Dag sire, hoe is het met u?” Weg protocol. Hij toonde integere interesse in wat Kom op allemaal doet, de babbels waren erg spontaan en menselijk. Ik denk dat de Koning zelfs mijn kleine mopjes waardeerde. We bezochten de laboratoria van Prof. Zwi Berneman, professor immunotherapie, waarvan vele onderzoeken door Kom op tegen Kanker gefinancierd worden. We praatten met een 20-tal patiënten. “Had Kom op tegen Kanker niet bestaan, sire, dan waren deze mensen er niet meer.” Ik vertelde de Koning over de droom van Kom op: op een dag zullen we kanker verslaan. En over mijn persoonlijke droom: vooruitgang creëer je niet door elkaar te kleineren maar door elkaar omhoog te stuwen.
Bij mijn 10 jaar Kom op schreef David Van Reybrouck onderstaand wondermooi gedicht:
Beste Marc, goede man, dank voor al uw licht.
Blijf fonkelen, blijf glinsteren.
Blijf koppig knopen leggen in het vissersnet van dit gewest.
De gaten moeten gedicht, het weefsel hersteld.
Als het water stijgt, als het onweer dreigt, als de wereld muit, moet ons tuig weer taaier.
Blijf verbinden, met glinsterende ogen, want het avondlicht is schoon en je hebt al veel gezien.
De meeuwen, de golven, de horizon.
Blijf de netten redden. Toon het aan de knapen.
Hanteer de spoel, het touw, het doel en leer hen zelf knopen.
Blijven fonkelen, blijven verbinden, koppig knopen blijven leggen. Het is mijn lang leven, David, sire en u allemaal, ik kan niet anders.